We collaborate to achieve sustainable success

A leading environmental solution provider

Get in touch with us

Hoe verhoudt de biobrandstofmarkt zich tot de fossiele brandstofmarkt?

Author
Ryan Rudman
Publication Date
August 28, 2026

Fossiele brandstof blijft een essentieel onderdeel van de Europese transportmarkt. Zonder deze brandstoffen komt de economie tot stilstand, ze vormen letterlijk de motor van onze samenleving. Het grote nadeel is echter de hoge uitstoot. Om die reden stelt Europa al sinds 2003 richtlijnen op om het gebruik van biobrandstoffen te stimuleren.

De Europese biobrandstofmarkt is sinds de invoering van de REDIII (per 1 januari 2026) in een stroomversnelling geraakt. De vraag neemt toe en de stimulans verschuift van het simpelweg bijmengen van volumes naar het daadwerkelijk verminderen van de CO2 uitstoot. Tankstations mengen biobrandstoffen overigens niet bij omdat de consument erom vraagt, maar omdat EU-lidstaten verplicht zijn om het hernieuwbare aandeel in de transportsector te vergroten. Dit maakt de biobrandstofmarkt bij uitstek een compliance gedreven markt.

Fundamentals: Vraag, aanbod en prijsopbouw

De biobrandstofmarkt en de fossiele brandstofmarkt zijn voor een groot deel complementair aan elkaar. Waar de vraag en het aanbod van fossiele brandstoffen sterk afhankelijk zijn van geopolitieke omstandigheden, zoals de recente spanningen rondom Iran en de sluiting van de Straat van Hormuz, waar 20% van alle olie doorheen stroomt, is de vraag naar biobrandstoffen puur gedreven door wet- en regelgeving. Wel liften biobrandstoffen mee op de bestaande fossiele infrastructuur; ze maken gebruik van dezelfde opslagtanks, raffinagefabrieken en transportnetwerken.

Toch zijn er fundamentele verschillen in de prijsvorming. De fossiele markt is, naast Over The Counter (OTC), een exchange-traded markt. Met een druk op de knop koop je 100 ton diesel op de ICE Gasoil. Omdat er voor biobrandstoffen geen live beurs is, bepalen onafhankelijke prijsbureau’s dagelijks de koers om een benchmark te creëren. De prijs van biobrandstof volgt die van olie dan ook niet een op een. Biobrandstoffen worden vaak verhandeld met een premium (toeslag) op de fossiele prijs. Deze premium wordt bepaald door transport, productiekosten en de inkoop van grondstoffen. Als de Brent-olieprijs zakt, kunnen biobrandstoffen dus stabiel blijven of juist duurder worden door verschuivingen in die premium.

Beperkingen van beide markten

Zowel de fossiele als de biobrandstofmarkt loopt tegen harde, fundamentele grenzen aan. Fossiele olie is eindig. Als de wereld in dit tempo blijft oppompen, drogen de bronnen rond 2070 op. Daarnaast is de noodzaak om CO2 uitstoot te reduceren de belangrijkste drijfveer voor de EU om de Parijs klimaatdoelen te behalen.

De biobrandstofindustrie kent echter haar eigen limieten. Hoewel biobrandstof nu hand in hand gaat met fossiel via blending, is het geen definitieve eindoplossing voor het klimaatprobleem. Het is simpelweg onmogelijk om de gigantische fossiele vraag volledig op te vangen met biomassa. Het is een transitieproduct dat fungeert als tijdelijke blend.

Bovendien woedt er een hevige Food vs. Fuel discussie. Eerste-generatie biobrandstoffen worden gemaakt van voedselgewassen zoals zonnebloemolie, koolzaadolie, soja en palmolie. Hierbij wordt vruchtbare landbouwgrond ingezet om het Europese transportnetwerk te vergroenen, wat ten koste gaat van de voedselproductie.

De Toekomst

De komende jaren moet de Europese energiemarkt fors innoveren om de transitie naar een fossielvrije toekomst mogelijk te maken. De schaarste aan grondstoffen dwingen de sector hiertoe. We zien de markt voor E-fuels (synthetische brandstoffen) dan ook sterk groeien. Tal van start-ups en scale-ups produceren inmiddels synthetische kerosine, diesel en methaan. Deze brandstoffen zijn chemisch identiek aan fossiel, maar 100% klimaatneutraal. Hiermee komt ook een einde aan de food vs. fuel-discussie.

Daarnaast zal het totale volume aan de pomp moeten dalen door de grootschalige elektrificatie van de transportmarkt. Richting de kritieke grens van 2070 zal de transportsector er onherkenbaar uitzien: het overgrote deel is volledig geëlektrificeerd, de fossiele industrie is grotendeels uitgedoofd, en de resterende vloeibare brandstofbehoefte in de lucht- en zeevaart wordt ingevuld door een hoogtechnologische mix van geavanceerde biobrandstoffen en synthetische e-fuels.